De Soya Connectie
 

Vlees en milieu

Het eten van vlees heeft verregaande gevolgen voor de derde wereld en voor het milieu. Om de Vlaamse veestapel van veevoer te voorzien, beschikken we zelf niet over voldoende landbouwgrond. Het tekort wordt voor een groot stuk opgevangen door derdewereldlanden waar de meest vruchtbare gronden worden opgeofferd. Zo wordt in Brazilië op grootschalige wijze soja geproduceerd voor onze veestapel.

De hoge Westerse vleesconsumptie benadeelt de derdewereldlanden.

Terwijl de bodem uitgeput geraakt in het Zuiden, kampen wij met een mestoverschot. Nitraten en fosfaten vervuilen grond- en oppervlaktewater, verstoren natuurlijke ecosystemen en bedreigen onze drinkwatervoorziening.

Bijna 10% van de bijdrage aan het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de vleesproductie wegens de uitstoot van kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O). De productie van vlees is immers een energieverslindende activiteit. Naast de productie van uitgekiende veevoeders speelt het feit dat vleesproductie een extra schakel in de voedingsindustrie vergt in vergelijking met bijvoorbeeld groenten. Eerst worden plantaardige voedingsstoffen aan een dier gevoederd en het dier zet slechts een deel van die energie (10%) om in consumptievlees. Verder treedt er nog heel wat verlies op, in de vorm van botten en vet, waardoor uiteindelijk maar 60% van het geproduceerde consumptievlees effectief geconsumeerd wordt.

Door ons vleesverbruik te beperken, kunnen we onze veestapel gerust tot een kwart terugbrengen. De import van veevoer (o.a. soja) zou dan sterk krimpen en het mestoverschot drastisch slinken. De Vlaamse landbouw wordt bovendien minder afhankelijk van de wereldmarkt en de zelfvoorziening in lokaal, eiwitrijk veevoeder wordt opnieuw realistisch.

Hoeveel mest produceer jij? www.mens-dier-voedsel.nl/test/